**1..** Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning, als bedoeld in artikel 5, intrekken indien:
De liplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
De gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
Niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan de eisen van veiligheid van veiligheid en gezondheid;
Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan 6 maanden aaneengesloten buiten de gemeente verblijft;
Op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de ligplaatsvergunning.
**2..** Het met redenen omklede besluit tot intrekking wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk aan de vergunninghouder meegedeeld.