Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Wijze van Tarief, tijdvak en maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Parkeerbelastingen 2013

In het eerste lid is geregeld op welke wijze de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a - dat is de belasting voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen - wordt geheven. Deze wordt geheven door voldoening op aangifte. Voor de volledigheid bepaalt de slotzin van het eerste lid dat als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het in werking van de parkeerapparatuur op de voorgeschreven wijze. Deze bepaling komt overeen met de in artikel 234, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet opgenomen mogelijkheid voor het voldoen op aangifte. Ook het via de telefoon inloggen bij de centrale computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten (zie artikel 1, onderdelen c en d) wordt als het in werking stellen van parkeerapparatuur aangemerkt. In feite wordt de voldoening op aangifte gestart op het moment dat wordt ingelogd en voltooid op het moment dat wordt uitgelogd. Een kopie transponderkaart bij het parkeren volstaat, ook als dit in strijd is met het gemeentelijk besluit dat bepaalt dat parkeren zonder het zichtbaar achter de voorruit hebben van een transponderkaart geacht wordt te zijn 'parkeren zonder het op deze wijze op aangifte voldoen van de parkeerbelastingen.' Op grond van artikel 20 AWR kan te weinig geheven belasting worden nageheven als de belasting die op aangifte behoort te worden voldaan geheel of gedeeltelijk niet betaald is. Omdat belanghebbende wel heeft betaald, is hiervan geen sprake (Hoge Raad 11 januari 2008, nr. 41262, LJN: BC1593, VNG-2531, Den Haag). Het tweede lid regelt de wijze van heffing voor de parkeerbelasting voor het parkeren krachtens een parkeervergunning. Deze belasting wordt geheven door het opleggen van een aanslag. Op grond van artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet is geen bezwaar mogelijk tegen voldoening van parkeerbelasting op aangifte. Zie ook Hoge Raad 27 juni 2008, nr. 07/10058, LJN: BD5466. Alleen als de wettekst niet duidelijk is kunnen doel en strekking, zoals deze uit de wetsgeschiedenis blijkt, bij de beoordeling worden betrokken. Bezwaren tegen voldane parkeerbelasting zijn niet-ontvankelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel