Naar hoofdinhoud
Wijze van berekening. Het haven- en opslaggeld wordt geheven, zodra het gebruik van het gemeentelijk vaarwater, van kaden en loswallen of enig in artikel 1 genoemd gemeentewerk aanvangt. Het havengeld wordt, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6, 1e lid, onder b en d en 4e lid, geheven naar de inhoud of het laadvermogen gemeten in tonnen. Als inhoudsgrootte van een vaartuig wordt aangenomen de inhoud volgens de geldige meetbrief. In afwijking tot bovenstaande bepalingen met betrekking tot de inhoudsmaat van het vaartuig wordt onder de navolgende voorwaarden uitgegaan van de helft van de inhoudsmaat van het vaartuig indien: a. minder dan de helft van de inhoudsmaat aan lading van het vaartuig gelost wordt bij een Deventer bedrijf en; b. het vaartuig binnen drie dagen de haven weer verlaat en; c. de havenmeester te voren schriftelijk op de hoogte is gesteld. Als laadvermogen wordt aangenomen de inhoud volgens de geldende meetbrief. Indien de geldende meetbrief niet aanwezig is, of bij weigering om deze te tonen, of indien deze niet de vereiste gegevens vermeldt, wordt het laadvermogen van het schip ambtshalve vastgesteld. De maatstaf voor de berekening van de opslaggelden is het aantal vierkante meters ingenomen grondoppervlakte. Ter bepaling van de door de opgeslagen goederen ingenomen grondoppervlakte wordt de ruimte tussen de goederen mede geacht door die goederen te zijn ingenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel