Naar hoofdinhoud

Paragraaf III

Artikel 9

Oproepen/vaststellen van de agenda/openbaarheid vergaderingen

Onderdeel van Verordening op het Auditcomité

1.. De vergaderingen zijn openbaar. 2.. Het auditcomité kan op grond van een belang, als bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur omtrent het in een vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het auditcomité worden voorgelegd geheimhouding opleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3.. Geheimhouding omtrent het in een vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering door de voorzitter van het auditcomité opgelegd. 4.. De onder 2 en 3 bedoelde geheimhouding wordt in acht genomen totdat degene die de verplichting heeft opgelegd, dan wel bij meerderheid van stemmen in het auditcomité, haar opheft. 5.. Indien het auditcomité zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad of het college heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad of het college haar opheft. 6.. Het auditcomité vergadert voorafgaand aan de controle van de jaarrekening door de accountant en na afloop van die controle en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of het door tenminste twee leden schriftelijk met opgaaf van redenen wordt gevraagd. 7.. De voorzitter bepaalt in overleg met de griffier de voorlopige agenda van de vergadering. 8.. Deze agenda met de bijbehorende stukken wordt minstens vijf dagen voor de te houden vergaderingen toegezonden aan de leden van het auditcomité. Aan de overige leden van de raad, alsmede het college, wordt eveneens een afschrift van de agenda toegezonden. 9.. Het auditcomité stelt bij aanvang van de vergadering de definitieve agenda vast.

Rechtspraak bij dit artikel