Het college kan besluiten tot vrijlating van inkomsten uit arbeid tot 25% van die inkomsten tot het wettelijk vastgestelde maximum, gedurende ten hoogste een periode van zes aaneengesloten maanden.
Het college kan, na de periode zoals genoemd in het eerste lid, besluiten tot vrijlating van inkomsten uit arbeid tot 12,5% van deze inkomsten tot het wettelijk vastgesteld maximum gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, wanneer het gaat om een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen.
Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels over de voorwaarden waaronder zij oordeelt dat het werk bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.