Wij stellen aan de hand van de door de instelling geleverde rapportages en overige bescheiden, alsmede van waarnemingen van door ons daartoe aangewezen ambtenaren, vast of de instelling de activiteiten zowel naar aard, omvang als kwaliteit tot stand heeft gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de subsidieverlening.
Indien ten minste de activiteiten tot stand zijn gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de subsidieverlening, wordt de subsidie vastgesteld op het bij de verlening aangegeven bedrag.
Indien de activiteiten zoals deze zijn vastgelegd in de subsidieverlening niet of in mindere mate tot stand zijn gebracht wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.
Alvorens een besluit tot subsidieverlaging conform het derde lid wordt genomen, treden wij in overleg met de instelling.
Indien toepassing van het derde lid niet het gevolg is van omstandigheden welke voor rekening van de instelling behoren te komen en het in het derde lid bedoelde besluit gevolgen heeft welke aantoonbaar niet door de instelling gedragen kunnen worden, kan in voor de instelling gunstige zin van het derde lid worden afgeweken.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 23
Subsidievaststelling
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschrift kaderverordening subsidies Lisse 2009