Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 22.

Vergunning gedenktekens

Onderdeel van Begraafplaatsverordening 2012

1.. Het is verboden zonder schriftelijke vergunning van het college op graven en urennissen een gedenkteken of afdekplaat aan te brengen. 2.. Geen vergunning is nodig indien een wijziging aan het gedenkteken of de afdekplaat beperkt blijft tot het toevoegen van tekst als gevolg van een tweede begraving in een particulier graf of bijzetting van een urn. Eveneens is geen vergunning nodig voor het aanbrengen van zaken genoemd in de artikelen 11 lid 1 onder letter a, 12 lid 2 en 13 lid 1 onder letter d van de Gedenktekenregeling 2012. 3.. De vergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel dient te worden aangevraagd door middel van een door het college beschikbaar gesteld formulier. Bij de aanvraag dient een technische tekening te worden ingezonden met daarop alle relevante informatie met betrekking tot maten, materialen, grafbedekking en opschriften en versieringen. 4.. Het formulier, genoemd in lid 3 van dit artikel, dient volledig te zijn ingevuld. Het geheel van formulier en tekening dient voldoende informatie te verstrekken om de aanvraag te kunnen beoordelen. Indien beoordeling van de aanvraag niet mogelijk is, worden formulieren en tekening, met opgave van redenen aan de aanvrager geretourneerd. 5.. De vergunning wordt slechts verleend indien het gedenkteken of de afdekplaat: voldoet aan de voor het betreffende graf of de urnennis geldende eisen zoals deze zijn vermeld in de daartoe door het college vast te stellen gedenktekenregeling en; geen afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats. 6.. De vergunning wordt gesteld op naam van de opdrachtgever, welke met betrekking tot particuliere graven, particuliere urnengraven, urnennissen en wandgraven slechts de rechthebbende kan zijn. 7.. In gevallen waarin de gedenktekenregeling niet voorziet beslist het college.

Rechtspraak bij dit artikel