Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Ordemaatregelen.

Onderdeel van Begraafplaatsverordening 2012

1.. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3.. Het is verboden met motorrijtuigen en fietsen met trapondersteuning op de begraafplaats te rijden: elders dan op de daartoe aangewezen wegen en paden; motorrijtuigen zijn buiten de wegen en paden alleen toegestaan voor een begrafenis, opgraving, samenvoegen van de inhoud van het graf of voor het vervoeren van materialen; sneller dan 10 km/uur. 4.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid. 5.. Het is verboden op de begraafplaats: te colporteren of goederen te koop aan te bieden; op enigerlei wijze reclame te maken; beplantingen of materiaal te beschadigen of te vernielen; de verwelkte bloemen en andere afvalstoffen anders dan op de daarvoor bestemde plaatsen te deponeren; dieren mee te nemen; iets te doen of na te laten, dat in strijd is met de eerbied, welke ter plaatse past. 6.. Kinderen beneden de leeftijd van 12 jaren hebben zonder geleide van een meerderjarig persoon geen toegang tot de begraafplaats.

Rechtspraak bij dit artikel