De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt
de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is
aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen
vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
van stemming te hebben onthouden.
Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
De voorzitter (of de griffier) roept de leden bij naam om hun stem
uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn
stem uit te brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te
spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
stemming brengt dit echter geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet
daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3
Artikel 31
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Stede Broec