Na opening van de raadsvergadering is er een mogelijkheid vragen te
stellen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In
bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een
ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt per vergadering op
welk tijdstip de mogelijkheid tot het stellen van vragen eindigt.
Het lid dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het
onderwerp tenminste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de
voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het
vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende
nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering
van die dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens
het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt, indien hij dat wenselijk acht, per onderwerp de
spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders en voor de overige
leden.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of
meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te
geven.
Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst
het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om
hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen
over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen
interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4:
Artikel 42
Vragen tijdens de raadsvergadering
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Stede Broec