Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het
recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen
stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over
zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de
raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar
de desbetreffende commissie.
Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid,
schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid
ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het
vragen van inlichtingen vastgesteld in artikel 43, zijn van
overeenkomstige toepassing.
Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van
het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet
beraadslaagd dan nadat in een vergadering, tenminste veertien dagen
tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet
meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde
bestuur.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of
instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Hoofdstuk 6:
Artikel 47
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Stede Broec