Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in,
bestaande uit drie leden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de
daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de
processen-verbaal van de stembureaus.
De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk
verslag aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden op om in
de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in
artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en
belofte af te leggen.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een
nieuw benoemd lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens
toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte
af te leggen.
Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid
een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de
eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het
tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2:
Artikel 7
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Stede Broec