Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Artikel 2.

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Dalfsen 2012 A

De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet welke in deze verordening nader zijn ingevuld. Recht op toeslag bestaat alleen voor Nederlanders dan wel daarmee gelijkgestelde vreemdelingen. Hiermee wordt aangesloten bij de kring van rechthebbenden als bedoeld in artikel 11 lid 1 en lid 2 WWB. Om te voorkomen dat degene met een baan en een minimuminkomen hieruit, die zijn positie middels avondstudie probeert te verbeteren, niet in aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende in de referteperiode studiefinanciering heeft genoten. (een aaneengesloten periode beperkt tot maximaal 3 maanden telt niet mee. Studiefinanciering is immers alleen mogelijk bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde leeftijd. Onder een laag inkomen wordt verstaan een (gezamenlijk) inkomen dat gemiddeld niet hoger is dan 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm inclusief de gemeentelijke toeslag of verlaging en de vakantietoeslag. Het inkomen wordt voor de langdurigheidstoeslag op gelijke wijze als voor de Wet werk en bijstand vastgesteld (artikelen 32 en 33 van de Wet werk en bijstand). Besteedbaar inkomen is het inkomen waarbij de lagere aanspraak op huurtoeslag wordt verdisconteerd. Personen met een inkomen net boven de 110% van de bijstandsnorm, kunnen namelijk door de lagere aanspraak op huurtoeslag een besteedbaar inkomen onder de 110% van de bijstandsnorm hebben. Als belanghebbende bijvoorbeeld door een inkomen net boven de voor hem geldende bijstandsnorm, € 24.- minder huurtoeslag ontvangt dan de maximale huurtoeslag, is het besteedbare inkomen gelijk aan het inkomen minus die € 24,-. Marginale overschrijdingen van deze 110 % grens dienen genegeerd te worden (zie de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep d.d. 19 aug. 2008, LJN: BE8918 en d.d. 15 febr. 2011, LJN: BP5532). Het enkele feit dat het netto inkomen van een belanghebbende met een inkomensvoorziening op minimumniveau, in bepaalde maanden binnen de referteperiode - uitsluitend als gevolg van een technisch verschil in berekeningswijze in het bruto/netto traject - enkele euro's hoger uitvalt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, staat toekenning van een langdurigheidstoeslag niet in de weg. Voor het recht op een langdurigheidstoeslag wordt geen andere invulling aan het begrip inkomen gegeven dan voor het recht op algemene bijstand. Dit betekent, dat de vrijgelaten middelen als bedoeld in artikel 31, lid 2, van de Wet werk en bijstand eveneens buiten beschouwing moeten blijven bij het recht op een langdurigheidstoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel