Naar hoofdinhoud
Bestuurders van gemeentelijke motorvoertuigen hebben tijdens de noodzakelijke uitvoering van de werkzaamheden ontheffing van de volgende bepalingen en verkeerstekens uit het RVV 1990: de verplichting om zoveel mogelijk rechts te houden (art. 3, 1e lid, RVV 1990); de verplichting om de rijbaan te gebruiken (art. 10, 1e lid, RVV 1990); het niet mogen gebruiken van fietsstroken met een doorgetrokken streep (art. 10, 2e lid, RVV 1990); het niet mogen stil laten staan van het voertuig op diverse plaatsen op de weg (art. 23, 1e lid, RVV 1990); het niet mogen parkeren van het voertuig op diverse plaatsen op de weg, waaronder het parkeren op een vergunninghoudersplaats (art. 24 RVV 1990); de verplichting om in een parkeerschijf-zone te parkeren op de als zodanig aangegeven of aangeduide parkeerplaatsen of op plaatsen die voorzien zijn van een blauwe streep (art. 25, 1e lid, RVV 1990); de verplichting om een parkeerschijf te gebruiken in geval van het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen op een plaats die is voorzien van een blauwe streep (art. 25, 2e lid, RVV 1990); de verplichting om binnen een erf te parkeren op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven (art. 46 RVV 1990); geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1 van Bijlage 1 van het RVV 1990); eenrichtingsweg (borden C2 en C4 van Bijlage 1 van het RVV 1990); geslotenverklaringen voor motorvoertuigen (borden C6, C7, C10 en C12 van Bijlage 1 van het RVV 1990); verplichte rijrichting (borden D2, D4 tot en met D7 van Bijlage 1 van het RVV 1990); parkeerverbod (bord E1 van Bijlage 1 van het RVV 1990); verbod om stil te staan (bord E2 van Bijlage 1 van het RVV 1990); keerverbod (bord F7 van Bijlage 1 van het RVV 1990); het niet mogen overschrijden van een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt (art. 76 RVV 1990); het niet mogen gebruiken van verdrijvingsvlakken en puntstukken (art. 77 RVV 1990); de verplichting de richting te volgen die de voorsorteerstrook of uitrijstrook waarop de bestuurder zich bevindt aangeeft (art. 78 RVV 1990); het niet mogen gebruiken van busbanen en busstroken waarop het woord ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’ is aangebracht (art. 81 RVV 1990).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel