Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening watertoeristenbelasting 2013

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s roei- en volgboten; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; een vaartuig, waarbij het verblijf wordt vergoed vanuit de AWBZ, het PGB of via de VPZ; een vaartuig die ligt op een plaats waar geen liggeld verschuldigd is; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. waarvoor ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting met betrekking tot het eigen verblijf of ter beschikking houden van die woning voor het eigen verblijf forensenbelasting verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel