Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012-II

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden € 520,00, voor een alleenstaande ouder € 465,00, voor een alleenstaande € 365,00. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd bepalend. 3.. Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gehuwden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt deze belanghebbende in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4.. De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet, per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm per 1 januari van het daar aan voorafgaande jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel