Deze verordening wordt aangehaald als: Winkeltijdenverordening gemeente Hoorn 2012.
1.Algemene toelichting Winkeltijdenwet
1.1.Inleiding
De dagen en tijden waarop winkels geopend mogen zijn, worden beschreven in de Winkeltijdenwet (Wtw). Onder een winkel wordt een voor publiek toegankelijke besloten ruimte verstaan, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht.
In de Wtw wordt een onderscheid gemaakt in:
algemene openingstijden;
koopzondagen;
toerismebepaling en
avondwinkelbepaling.
De wet regelt ook welke mogelijkheden gemeenten hebben om ‘lokaal’ de winkeltijden te reguleren in de ‘winkeltijdenverordening’.
1.2. Geschiedenis Winkeltijdenwet
Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet samen met het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet ingevoerd. De Winkeltijdenwet van 1996 verving de Winkelsluitingswet van 1976.
Op 1 januari 2011 is de Winkeltijdenwet 1996 gewijzigd.
Wat is er veranderd aan de Winkeltijdenwet?
Gemeenten kunnen gebruik maken van de ‘toerismebepaling’ in de Winkeltijdenwet om meer dan 12 koopzondagen per jaar aan te wijzen. Om tegen te gaan dat de toerismebepaling oneigenlijk wordt gebruikt, is aan de Winkeltijdenwet toegevoegd dat er sprake moet zijn van ‘substantieel toerisme’ voordat vrijstelling wordt gegeven. Dit betekent dat de aantrekkingskracht voor dat toerisme niets of bijna niets te maken mag hebben met de winkelopenstelling (artikel 3, lid 3, sub a. Wtw). Het is dus niet de bedoeling van de wetgever geweest om door de opening van winkels op zondag toeristen te trekken.
1.3. Uitgangspunten Winkeltijdenwet
De uitgangspunten van de Winkeltijdenwet 1996 zijn:
Algemene openingstijden. Op de werkdagen van maandag t/m zaterdag, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de penstelling van winkels.
Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum verbonden.
Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, kerstavond (24 december) en Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.
Koopzondagen.Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor maximaal 12 zon- en feestdagen per kalenderjaar kan de gemeente vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.
Avondwinkelbepaling. Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden verkocht (in de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen ontheffing krijgen om op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open te zijn. Ze moeten dan wel op alle zon- en feestdagen voor 16.00 uur dicht zijn, ook als die als koopzondag zijn aangewezen. Belangrijk is ook dat er in een gemeente maar één ontheffing per 15.000 inwoners mag worden verleend.
Toerismebepaling.
De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verplichte winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme.
De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels. Op zondagen en feestdagen (artikel 2, lid 1 Wtw) is het ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren (artikel 2, lid 2 Wtw).
1.4. Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet
Volgens artikel 10 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet mogen bepaalde soorten winkels altijd open op zondagen en feestdagen. Dit zijn bijvoorbeeld:
winkels in musea;
winkels waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken, worden verkocht. O.a. snackbars, ijssalons, traiteurs.
1.5.Handhaving van de Winkeltijdenwet (Wtw)
De Wtw kan op 2 manieren worden gehandhaafd, namelijk:
strafrechtelijk en
bestuursrechtelijk.
1. Strafrechtelijke handhaving
In artikel 2 van de Wtw staat beschreven op welke dagen en tijden de winkel niet open mag voor het publiek. Het verbod geldt ook voor de overige vormen van detailhandel, zoals de markt- en straathandel. Een overtreding van een verbod van de Wtw is een strafbaar feit in de zin van de Wet op de economische delicten. Met de strafrechtelijke handhaving van de Wtw zijn de politie en de Belastingdienst/FIOD-ECD belast. De politie op lokaal niveau en in gevallen waarin overtreding van de Wtw een landelijke verstoring van de concurrentieverhoudingen oplevert of sprake is van overtredingen met een bijzonder karakter, de Belastingdienst/FIOD-ECD. Het primaat van de handhaving ligt bij de politie.
2. Bestuursrechtelijke handhaving
Een tweede wijze van handhaving is de bestuursrechtelijke handhaving (in overleg met de politie). Deze gemeentelijke bevoegdheid ligt bij het college.
In de praktijk betekent dit dat een winkelier eerst enkele keren wordt gewaarschuwd dat de winkel niet geopend mag zijn. Als dit geen effect heeft, dan kan het college:
bestuursdwang toepassen (feitelijke sluiting van de winkel); of
een last onder dwangsom opleggen (een geldsom verbeuren).