**1..** Geen (burger)raadslid voert het woord, dan na daartoe verlof van de
voorzitter gekregen te hebben.
**2..** De voorzitter verleent de (burger)raadsleden het woord in de volgorde,
waarin zij het hebben gevraagd.
**3..** De volgorde wordt verbroken, wanneer een (burger)raadslid het woord
vraagt over een persoonlijk feit, waarvan hij de inhoud in het kort aan
de voorzitter ter kennis heeft gebracht en wanneer een (burger)raadslid
een voorstel van orde wil indienen. De voorzitter verleent aan dat
(burger)raadslid het woord en laat het bepaalde in het vorige lid buiten
toepassing. De (burger)raadsleden kunnen hierop in korte bewoordingen
reageren na daartoe van de voorzitter verlof te hebben gekregen.
**5..** Geen spreker mag in zijn rede gestoord worden, behalve door de
voorzitter.
**6..** In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid zijn interrupties
toegelaten, die bedoeld zijn ter verduidelijking van hetgeen aan de orde
is, dit ter beoordeling van de voorzitter.
Artikel 13
Het voeren van het woord
Onderdeel van Verordening regelende de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissies 2012