**1..** Geen raadslid voert het woord, dan na daartoe verlof van de
voorzitter gekregen te hebben.
**2..** De voorzitter verleent de raadsleden het woord in de volgorde,
waarin zij het hebben gevraagd, met dien verstande, dat over een
initiatiefvoorstel, een interpellatie, een amendement, een
subamendement of motie, allereerst de indiener of de voorsteller
het woord mag voeren ter toelichting.
**3..** De volgorde wordt verbroken, wanneer een raadslid het woord
vraagt over een persoonlijk feit, waarvan hij de inhoud in het
kort aan de voorzitter ter kennis heeft gebracht en wanneer een
raadslid een voorstel van orde wil indienen. De voorzitter
verleent aan dat raadslid het woord en laat het bepaalde in het
vorige lid buiten toepassing. De raadsleden kunnen hierop in
korte bewoordingen reageren na daartoe van de voorzitter verlof
te hebben gekregen.
**4..** Geen spreker mag in zijn rede gestoord worden, behalve door de
voorzitter.
**5..** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn
interrupties toegelaten, die bedoeld zijn ter verduidelijking
van dat wat aan de orde is. Dit is ter beoordeling aan de
voorzitter.
HOOFDSTUK III › Afdeling 2
Artikel 21
Het voeren van het woord
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Leiderdorp 2012