Naar hoofdinhoud
De burgemeester neemt maatregelen om te voorkomen dat er opnieuw drugsoverlast ontstaat na afloop van de sluitingstermijn. Hiertoe kan hij afspraken maken met de eigenaar / huurder of de sluitingstermijn verlengen. Ook kan de gemeente het beheer van het pand overnemen en het pand daarna eventueel onteigenen. Na afloop van de sluitingstermijn vindt overleg met de eigenaar / huurder plaats. Tijdens dit overleg worden afspraken gemaakt om nieuwe drugsoverlast in de toekomst te voorkomen. Indien er sprake is van ernstige vrees voor herhaling kan er sprake zijn van verlenging van de duur van de sluiting. De betrokkenen worden bij mogelijke verlenging opnieuw gehoord. Wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling uitgesloten is, kan de sluitingstermijn worden opgeheven. Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De Wet Victor regelt het na-traject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De Wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door het college van burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel