De Langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor een gezin € 515,00,
voor een alleenstaande ouder € 468,00 en
voor een alleenstaande € 366,00.
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op Langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet en:
Nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een Langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Twee of meer gezinsleden overblijven die als gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitsluitend rekening gehouden met deze recht-hebbende gezinsleden.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari 2013 jaarlijks aangepast met het indexeringspercentage voor alimentaties, en afgerond op hele euro’s.
III. Slotbepalingen
Artikel 4
– Hoogte van de Langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2012