1. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats:
a. bij besteding van het persoonsgebonden budget aan hulp bij het huishouden aan het einde van
ieder jaar;
b. in andere gevallen een maand na verstrekking.
2. Het college gaat steekproefsgewijs na of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is, waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10% van de verstrekking gerekend per kalenderjaar.
Hoofdstuk
Artikel 3
Verantwoording PGB
Onderdeel van Besluit voorzieningen maarschappelijke ondersteuning (Besluit vmo)