Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

- Begripsbepalingen

Onderdeel van Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ Laarbeek 2012

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); College: het college van burgemeester en wethouders; Bijstand: algemene en bijzondere bijstand zoals genoemd in artikel 5, onderdeel a, WWB; Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, IOAW/IOAZ; Uitkeringsgerechtigde: persoon van 18 jaar en ouder doch jonger dan 65 jaar die bijstand ingevolge de WWB ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan ontvangt, dan wel een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ; Inlichtingenverplichting: de verplichtingen genoemd in artikel 17, eerste, tweede en vierde lid, WWB en in artikel 13, eerste, tweede en vierde lid, IOAW/IOAZ; Plicht tot arbeidsinschakeling: de verplichtingen genoemd in artikel 9, eerste lid, onderdeel a en b, WWB of de verplichtingen genoemd in artikel 37, eerste lid, IOAW/IOAZ; Re-integratievoorziening: voorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet Participatiebudget; Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van artikel 18, tweede lid, WWB in samenhang met de Afstemmingsverordening WWB als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, WWB dan wel op grond van artikel 20, tweede lid, IOAW en artikel 20, eerste lid, IOAZ in samenhang met de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, IOAW/IOAZ alsmede het opleggen van een maatregel van onbepaalde duur op grond van artikel 20, eerste lid, IOAW en artikel 20, tweede lid, IOAZ, overeenkomstig de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ; Afstemmingsverordening WWB: de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Laarbeek, die is gebaseerd op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18, tweede lid, WWB; Maatregelenverordening IOAW en IOAZ: de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Laarbeek, die is gebaseerd op artikel 35, eerste lid, onderdeel b, IOAW/IOAZ; Hoogwaardige handhaving: het stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen, ontmoedigen en bestrijden van oneigenlijk gebruik of misbruik van bijstand of uitkering en van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling tezamen met het beleid over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand of uitkering; Fraude: het ten onrechte geheel of gedeeltelijk ontvangen van bijstand of een uitkering door het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen aan het college; Misbruik: het ontvangen van bijstand of een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften, waarbij het ten onrechte ontvangen aan de belanghebbende te wijten is; Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van bijstand of een uitkering conform de regels, maar in strijd met of tegen de bedoeling van die regels; Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.. Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel