**1..** Indien belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef vanverantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of artikel 30c, lid 2 en lid 3, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd.
**2..** Het college verlaagt de uitkering, rekening houdend met:
de ernst van de gedraging,
de mate waarin belanghebbende de gedraging verweten kan worden, en
de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.
**3..** In het besluit tot het opleggen van een verlaging worden in ieder geval vermeld: de reden van de
verlaging, de duur van de verlaging, het bedrag of het percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd en, als dit van toepassing is, de reden om af te wijken van de standaardverlaging.
**4..** Een verlaging wordt berekend over de in de periode van verlaging voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Het besluit tot het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz