De belastingplichtige, bedoeld in artikel 4, lid 1 tot en met 3, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee maanden na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de dagtoeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen.
Hoofdstuk
Artikel 13
Aangifte
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van dagtoeristenbelasting 2013