Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Bebouwingsafstand bijgebouwen tot de voorgevel van woningen

Onderdeel van Beleidsregels binnenplanse afwijking bestemmingsplan Buitengebied

Van de in artikel 9 genoemde regel dat bijgebouwen op een afstand van ten minste 4 meter achter de naar de weg(-en) gekeerde (voor-)gevel(s) van de woning en het verlengde daarvan moeten worden gebouwd wordt afwijking toegestaan in de volgende gevallen: indien het bijgebouw in zijn geheel achter of gelijk aan de voorgevel van de woning wordt gebouwd: bij een afstand van meer dan 50 meter uit de wegas, gerekend vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw, indien het bijgebouw 1 meter achter de voorgevel wordt opgericht of als het bijgebouw wel geheel tot de voorgevel wordt opgericht, redelijke eisen van welstand zich daartegen niet verzetten bij een afstand van minder dan 50 meter uit de wegas, gerekend vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw: indien de aanvrager aantoont dat situering tot 4 meter achter de voorgevel uit een oogpunt van een doelmatige bebouwing van het perceel (in geval van een vrijstaand bijgebouw) of een doelmatige indeling van het gebouw (in geval van een aangebouwd bijgebouw) , gelet op de situering van het bebouwingsvlak, geen reële optie is; en het bijgebouw 1 meter achter de voorgevel wordt opgericht of als het bijgebouw wel geheel tot aan de voorgevel wordt opgericht, redelijke eisen van welstand zich daartegen niet verzetten; en mits indien vereist, tevens omgevingsvergunning wordt verleend om af te wijken van het bepaalde in artikel 39 van de bestemmingsplanregels. Indien geheel of gedeeltelijk voor de voorgevel van de woning wordt gebouwd en indien aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden wordt voldaan, geldt aanvullend op lid 1 dat de aanvrager door middel van een ruimtelijk kwaliteitsplan, zoals een erfinrichtingsplan, aantoont dat sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt voorgelegd aan de Stadsbouwmeester, welke een positief advies dient te geven. Bij de beoordeling van het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt een onderscheid gemaakt tussen aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen vóór de voorgevel, met dien verstande dat aangebouwde bijgebouwen voor de voorgevel vanuit cultuurhistorisch oogpunt een zekere toegevoegde waarde dienen te hebben. Hierbij kan gedacht worden aan de Twentse karakteristiek van bouwmassa zoals de `bakspieker' of dergelijke aangebouwde bijgebouwen vrijstaande bijgebouwen voor de voorgevel vanuit cultuurhistorisch oogpunt een zekere toegevoegde waarde dienen te hebben. Hierbij kan gedacht worden aan een karakteristiek Twentse erfinrichting met de daarbij behorende kenmerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel