Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar

waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak de maand, de week of

de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit

afzonderlijk kan plaatsvinden.