Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2013

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is vanaf dat moment de belasting, respectievelijk de hogere belasting, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt en/of het aantal honden in de loop van het belastingjaar afneemt, bestaat vanaf dat moment aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00. 4.. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen “hondenbelasting” of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel