Naar hoofdinhoud
1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: Een algemene voorziening zoals omschreven in de Verordening adequaat is. Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; de aanvrager eerder onverantwoord is omgegaan met een persoonsgebonden budget voor individuele WMO-voorzieningen. Een aanvrager als bedoeld onder b. of c. kan alsnog in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget, als na een herbeoordeling blijkt dat, door gewijzigde omstandigheden, de aanvrager vermoedelijk wel verantwoord met het persoonsgebonden budget kan omgaan. Het college kan voor de herbeoordeling advies inwinnen bij terzake deskundigen. 3.. Het persoonsgebonden budget wordt bij beschikking bekendgemaakt aan de aanvrager. De beschikking vermeldt: de omvang van het persoonsgebonden budget; de termijn waarvoor het persoonsgebonden budget bestemd is; voor welke voorziening het persoonsgebonden budget is bestemd, met verwijzing naar het bijgevoegde programma van eisen waarin is aangegeven aan welke vereisten de voorziening dient te voldoen om adequaat te zijn; indien van toepassing: een aankondiging van de eigen bijdrage/het eigen aandeel in de kosten. De eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. Een toelichting op de voorwaarden verbonden aan de inzet van het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel