De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats, waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
Met uitzondering van budgethouders voor verhuizen, gebruik van eigen auto, taxi of rolstoeltaxi, dient iedere budgethouder de volgende stukken te bewaren:
de nota/factuur van de aangeschafte/gehuurde voorziening;
een betalingsbewijs van aanschaf/huur van de voorziening;
of:
bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing;
betalingsbewijzen van de woningaanpassing;
of:
e.een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen.
Artikel 1.3
Verantwoording
Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2010