Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.1

Omvang eigen bijdragen bij hulp in het huishouden

Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2010

Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 dienen te betalen bedraagt € 17,60 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 22.222,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te betalen bedraagt € 17,60 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 15.256,-- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag per vier weken dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar dienen te betalen bedraagt € 25,20 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 27.222,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag per vier weken dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn dienen te betalen bedraagt € 25,20 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 21.058,-- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Artikel 2.2 Algemene gebruikelijkheid bij vervoersvoorzieningen De grens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk worden beschouwd en niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 26 van de Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort, bedraagt 1,5 x het norminkomen. Het norminkomen is het rekeninkomen ten hoogte van de norm van de Wet werk en bijstand. Door de zogenaamde glijdende schaal komt een aanvrager wel voor een vervoerskostentegemoetkoming in aanmerking indien de inkomensgrens wordt overschreden met een bedrag dat lager is dan de vervoerskostentegemoetkoming. In dat geval zal het verschil tussen de vervoerskostentegemoetkoming en de overschrijding van de inkomensgrens als tegemoetkoming worden uitgekeerd. Het algemeen gebruikelijke deel zal door de aanvrager zelf betaald moeten worden. De glijdende schaal is niet van toepassing op de bruikleenauto. Speciale aanpassingen in verband met beperkingen aan algemeen gebruikelijke voorzieningen komen wel voor vergoeding in aanmerking. Dit geldt eveneens voor het verschil tussen de normbedragen voor individueel roltaxivervoer en gewoon individueel taxivervoer. Bij verplaatsingsmiddelen als genoemd in artikel 4.13 van het Verstrekkingenboek geldt dat het in veel gevallen zal het gaan om een algemeen gebruikelijk verplaatsingsmiddel, waarbij alleen de meerkosten in verband met de beperking voor vergoeding in aanmerking komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel