Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Tab I beoordelingsreglement Oss 2012

1.. Binnen 30 dagen nadat het beoordelingsgesprek heeft plaatsgevonden, wordt het beoordelingsformulier door de naasthogere leidinggevende van de beoordelaar vastgesteld. Voorwaarde hierbij is dat de naasthogere leidinggevende niet in de rol van (1e of 2e ) beoordelaar heeft gefunctioneerd. 2.. Indien aan de naasthogere leidinggevende van de beoordelaar uit de desbetreffende aantekening op het beoordelingsformulier blijkt dat de ambtenaar niet akkoord gaat met (een gedeelte van) de beoordeling van de beoordelaar(s), of indien uit de aantekeningen van de beoordelingsadviseur blijkt dat de beoordeling niet genoegzaam door verklaring of feiten wordt gesteund, nodigt hij de beoordelaar(s) en de ambtenaar uit voor een gezamenlijke hoorzitting. Bij deze zitting is de beoordelingsadviseur aanwezig. Naar aanleiding van uit deze bijeenkomst voortkomende gegevens kan de naasthogere leidinggevende de beoordeling wijzigen. 3.. De naasthogere leidinggevende van de beoordelaar stelt de beoordeling vervolgens al dan niet gewijzigd vast. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het vastgestelde beoordelingsformulier. 4.. Indien de ambtenaar te kennen heeft gegeven dat diens mening ten aanzien van een bepaald gezichtspunt af blijft wijken van het oordeel van de beoordelaar(s), stelt de naasthogere leidinggevende de beoordeling gemotiveerd vast.

Rechtspraak bij dit artikel