De commissie oefent voor de toepassing van deze verordening uit
de bevoegdheden bedoeld in de hierna genoemde artikelen van de
Algemene wet bestuursrecht:
de artikelen:
7:4, achtste lid;
7:6, tweede en vierde lid;
b.de artikelen:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6, wat betreft het de indiener van het bezwaarschrift stellen
van een termijn
waarbinnen het verzuim kan worden hersteld;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens
de behandeling door de commissie;
artikel 7:4, tweede lid.
2.De commissie kan mandaat verlenen tot het uitoefenen van de
bevoegdheden genoemd in het
eerste lid en wel aan de voorzitter wat betreft de bevoegdheden genoemd
onder a en aan de
voorzitter of de secretaris wat betreft de bevoegdheden genoemd onder
b.
Hoorzitting
Hoofdstuk
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Tab L verordening regelende de behandeling van bezwaarschriften 2012