1.De medewerker geeft op het aanvraagformulier 'cafetariamodel' aan welke bronnen hij wil
inzetten ten behoeve van het realiseren van de door hem gekozen doelen. De medewerker
heeft daarbij de keuze uit de volgende bronnen:
afzien van de vergoeding voor verkochte uren overeenkomstig artikel 4.a.1 van de CAR/AR Oss;
afzien van (een deel van) de uitkering als bedoeld in 3.6 van de CAR/AR Oss
(eindejaarsuitkering);
afzien van (een deel van) de vakantie-uitkering als bedoeld in 6:3 van de CAR/AR Oss;
inzetten van het persoonsgebonden budget (maximaal € 350,- per kalenderjaar).
Tenzij anders is geregeld wordt bij het afzien van loon of uitkering uitgegaan van de waarde
van het recht dat wordt uitgeruild. Eventuele latere aanpassingen van deze waarde van de
bronnen met terugwerkende kracht. (Bijvoorbeeld: een bevordering met terugwerkende kracht) naar een datum voor verrekening leiden in geen geval tot herberekening van de
componenten waarvan is afgezien.
3.De medewerker mag maximaal 30% van het jaarinkomen inzetten voor cafetariadoeleinden.
Verrekening en restantbedrag