Wanneer een aanvrager verschillende voorzieningen nodig heeft, zoekt de gemeente naar een combinatie van voorzieningen, die in zijn geheel als de goedkoopst adequate verstrekking beschouwd kan worden..
Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek inzake artikel 34 van de Verordening indien van toepassing aandacht besteed aan:
de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;
de beperkingen die de aanvrager ondervindt bij de maatschappelijke participatie als gevolg van ziekte of gebrek; inclusief chronische psychische en psychosociale problemen;
de woning en de woonomgeving van de aanvrager;
het psychisch en sociaal functioneren van de aanvrager;
de sociale omstandigheden van de aanvrager.
Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door het college bij deze bevindingen aangesloten.
Artikel 1.15 Advies
Het college is op grond van artikel 33 lid 2 van de Verordening bevoegd een daartoe aangewezen adviesinstantie om advies te vragen. Op grond van lid 5 wordt bij de advisering gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.
Van de zeer uitgebreide ICF zijn met name de lijsten met “functies” en “activiteiten en participatie” van belang. Daarom zijn deze lijsten als bijlage bij het Verstrekkingenboek toegevoegd.
Problemen met functies leiden tot stoornissen bij activiteiten en participatie. Het is op dit niveau dat de compensatie op basis van de WMO plaats moet vinden. De medisch adviseur vermeldt in het licht van de aanvraag de stoornis en de daaruit volgende beperkingen, evenals de mate van die beperkingen, gerelateerd aan de mogelijke compensatie of de te verstrekken voorzieningen, waarbij het vocabulaire van de ICF wordt gebruikt.
Het medisch advies wordt door het college beoordeeld en leidt tot (gedeeltelijke) toekenning of afwijzing van de aangevraagde compensatie/voorziening.
Een advies wordt door de gemeente getoetst op volledigheid en zorgvuldigheid. Een advies is in ieder geval zorgvuldig:
Indien aantoonbaar de mening van de aanvrager over de te verstrekken voorziening danwel afwijzing van de gevraagde voorziening is betrokken bij de advisering;
indien het oordeel van de behandelend arts of specialist is betrokken bij de advisering;
of indien blijkt waarom er eventueel geen contact is geweest met de behandelende sector of waarom het advies afwijkt van de visie van de behandelend arts of specialist;
het bestuursorgaan na kan gaan hoe het advies tot stand is gekomen;
de advisering inzichtelijk en transparant is;
wanneer de relevante functiestoornissen en beperkingen worden benoemd;
als uit het advies blijkt of er sprake is van een naar verwachting stationaire situatie dan wel progressief ziektebeeld;
indien uit het advies blijkt welke mate van urgentie aan de orde is voor de verlening van de gevraagde voorziening;
als de selectie van voorzieningen past binnen het verstrekkingenbeleid van de gemeente.
Artikel 1.16 Inlichtingenplicht
Om voor een voorziening in aanmerking te komen en het recht hierop te kunnen behouden is de aanvrager gehouden aan burgemeester en wethouders of aan de aangewezen instantie gegevens te (doen) verschaffen. Het betreft gegevens zowel om de aanvraag te kunnen beoordelen als het gaat om gronden van weigering, het verschaffen van inlichtingen door te (laten) bevragen of onderzoeken, het eigener beweging mededeling doen van feiten en omstandigheden betrekking hebbend op het recht en het intrekken van een beschikking na blijk van onjuiste gegevens.
Het recht op een voorziening eindigt bij verhuizing naar een andere gemeente. Bij overlijden van de aanvrager moeten voorzieningen worden ingenomen of diensten beëindigd. Ook wanneer voorzieningen niet meer worden gebruikt omdat ze niet meer nodig zijn of niet meer adequaat, moet dit worden gemeld.
Artikel 1.17 Motiveringsplicht
Op grond van artikel 26 lid 1 van de WMO vermeldt de beschikking op welke wijze de genomen beschikking bijdraagt aan het behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale maatschappelijke participatie van de betrokkene.
Gaat het om een positieve beschikking, dan wordt in de beschikking aangegeven welke mogelijkheden betrokkene krijgt door de toegekende voorziening(en). Gaat het om een afwijzing, dan zal men moeten denken aan een formulering waarbij aangegeven wordt dat compensatie niet noodzakelijk of zelfs ongewenst is, omdat betrokkene zonder de gevraagde voorzieningen ook in staat is zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie te behouden of te bevorderen.
Artikel 1.14
Samenhangende afstemming
Onderdeel van Verstrekkingenboek individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort