De algemene rolstoelvoorziening is met de invoering van de WMO een nieuwe mogelijke vorm van verstrekken. Bij het vaststellen van deze beleidsregels is deze vorm van hulp nog onvoldoende ontwikkeld om als primaat te kunnen stellen. De algemene voorziening wordt daarom als ‘niet aanwezig’ beschouwd. Deze voorziening kan in een later stadium na invoering van de WMO wel ontwikkeld en ingezet worden.
Artikel 5.3 Afweging soort voorziening
Bij de keuze van een rolstoel spelen de volgende aspecten een rol:
gebruik : frequentie, duur en doel van het gebruik;
gebruiksgebied : binnen, buiten, binnen en buiten;
aandrijving : met behulp van het eigen lichaam, mechanisch of een ander;
zithouding : aansluiting op aard van de beperking
meeneembaarheid : inklapbaar, niet inklapbaar, vastzetbaarheid;
antrometrische gegevens : aanpassing aan de lichaamsmaten;
Op grond van deze aspecten zal bij iedere aanvraag het ‘Programma van Eisen’ (PvE) voor de rolstoel bepaald worden.
Artikel 5.6 Handbewogen rolstoelen
Verstrekking van een zelfbeweger kan adequaat zijn wanneer de aanvrager over een goede arm- en handfunctie en een redelijk uithoudingsvermogen beschikt.
Wanneer de aanvrager slechts in één hand of arm een sterke functie heeft is verstrekking van een zelfbeweger met mechanische voortbeweging aan één zijde mogelijk.
Zelfbewegers met kleine wielen achter en grote wielen voor kunnen geschikt zijn voor aanvragers met een beperkte arm/handfunctie.
Voorwaarde voor verstrekking van een duwwandelwagen is de regelmatige beschikbaarheid van een begeleider.
Verstrekt worden:
duwwandelwagen voor incidenteel gebruik
duwwandelwagen voor frequent tot continu gebruik
zelfbeweger voor incidenteel gebruik
zelfbeweger speciaal: actiefrolstoel
Artikel 5.7 Elektrische rolstoelen
Aanvragers waarvoor een handbewogen rolstoel niet geschikt of toepasbaar is komen in aanmerking voor een elektrische rolstoel.
Verstrekt worden varianten:
voor gebruik binnen
voor gebruik binnen en buiten
voor gebruik buiten (open model)
voor gebruik buiten (gesloten model)
Artikel 5.8
Kinderrolstoelen
De gemeente verstrekt bij voorkeur een rolstoel met diverse instel- en aanpassingsmogelijkheden, zodat een rolstoel 3 à 4 jaar met het kind kan meegroeien.
In verband met de veiligheid kunnen antikiepwieltjes en spaakbeschermers worden verstrekt. Om de kinderen te kunnen duwen, wanneer zij moe worden, is verstrekking van duwhandvatten mogelijk.
Artikel 5.9 Kindervoorzieningen
Voor kinderen met een beperking bestaat een aantal voorzieningen, die als voorloper op de rolstoel beschouwd kunnen worden. Daarom is verstrekking daarvan ook mogelijk. Bij deze voorzieningen worden de kosten van vergelijkbare voorziening voor kinderen zonder beperking op de verstrekking in mindering gebracht.
Verstrekt worden:
zitondersteuningselementen
buggy’s
duwwandelwagens
speelmobielen
vliegende Hollanders
kruipwagens
kruiphulpmiddelen
Artikel 5.10 Rolstoelaccessoires
Voor dergelijke accessoires geldt dat bij verstrekking van een rolstoel een medische noodzaak dient te bestaan voor rolstoelaccessoires.
Zonder indicatieadvies kunnen worden verstrekt:
schootskleed
spaakbeschermers
transferbord
voorframebeschermers
touch-up verf
reflectorkit
spiegel
Artikel 5.11 Rolstoeltraining
Aanvragers, die elders (bijvoorbeeld in een revalidatiecentrum) hebben deelgenomen aan een rolstoeltraining en rijlessen komen niet voor verstrekking van deze voorziening in aanmerking.