Lid 1. Bevoegde functionarissen
Mandaat, volmacht en machtiging kunnen binnen de gemeentelijke organisatie door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester worden toegekend aan:
• de individuele leden van het college van burgemeester en wethouders;
• de gemeentesecretaris;
• de directeuren van de diensten.
Lid 2. Ondermandaat
De onder lid 1 vermelde functionarissen zijn bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan afdelingshoofden.
Afdelingshoofden zijn bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan:
• Teamleiders
• Projectleiders;
• individuele functionarissen.
Teamleiders, projectleiders en individuele functionarissen zijn niet bevoegd
tot het verlenen van ondermandaat.
Lid 3 . Plaatsvervanging
a.Bij afwezigheid van het gemandateerde lid van het college treedt op de plaatsvervangende portefeuillehouder.
a. Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris treedt op de dienstdoende loco-secretaris;
a. Bij afwezigheid van de directeur treedt op de plaatsvervangende directeur;
a. Bij afwezigheid van het afdelingshoofd treedt op het plv. afdelingshoofd;
a. Bij afwezigheid van de teamleider treedt op de plv. teamleider;
a. Bij afwezigheid van de projectleider treedt op de plv. projectleider.
Bij afwezigheid van de gemandateerde individuele functionaris treedt op de teamleider of zijn plaatsvervanger.
b.Elke dienstdirecteur houdt een register bij van de plaatsvervangers van de directeuren en van de plaatsvervangers van afdelingshoofden en van de teamleiders. Een plaatsvervanger mag een mandaat niet uitoefenen indien hij niet als waarnemer is geregistreerd.