Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 10

Spaarloonregeling/levensloopregeling

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010

1.. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling, mits aan de fiscale voorwaarden wordt voldaan. 2.. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. 3.. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling (i.c. het is niet toegestaan om in een kalenderjaar stortingen te doen in zowel de spaarloon – als de levensloopregeling). 4.. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel