Naar hoofdinhoud
De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artiekl 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen of werken welke noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak door of vanwege het rijk, de provincie, de gemeente of een waterschap zijn aangebracht of geplaatst; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, A.N.W.B of van andere overeenkomstige instellingen dan wel die van gemeentewege zijn geplaatst of aangebracht; door of vanwege de TNT Post B.V., KPN Telecom en daarmee vergelijkbare post- en telefoonbedrijven aangebrachte brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen, telefoonkabels en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek; aan particulieren in eigendom toebehorende buitenbrievenbussen; voorwerpen gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel; voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële wijk- of buurtactiviteiten; voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom; zonneschermen, markiezen of luifels zonder reclame of handelsnaam; buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater; voorwerpen ter zake waarvan een reclamebelasting als bedoeld in artikel 277 van de Gemeentewet wordt geheven het uitsluitend tijdens de door het college van burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen deel van de gemeente innemen van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond met tot reclame dienende voorwerpen, verkoopstands, kramen, luifels, afdaken, schuttingen, als terras en dergelijke; uitsluitend op de viering van het carnaval betrekking hebbende voorwerpen boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond tijdens het tijdvak van vijf weken, onmiddellijk voorafgaande aan Aswoensdag; voor het hebben van voorwerpen of werken aangebracht bij gelegenheid van de viering van erkende nationale feestdagen; voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel