**1..** De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van de houder van een motorvoertuig dat wordt gebruikt:
door de politie;
door de brandweer;
door een regionaal centrum, waar meerdere huisartsen samenwerken buiten de normale praktijktijden;
door een ambulancedienst, waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer een vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer;
door een organisatie die hulp verleent als een motorvoertuig met pech komt te staan;
door een organisatie die hulp verleent voor het vervoer van zieke en gewonde dieren met daartoe ingerichte en bestemde motorvoertuigen;
om een bruidspaar te vervoeren, voor zover het parkeren geschiedt ten behoeve van een burgerlijke voltrekking van het huwelijk of partnerschapregistratie of een kerkelijke inzegening van een huwelijk of partnerschapregistratie;
om een stoffelijk overschot te vervoeren, voor zover het parkeren geschiedt in het kader van een herdenkingsplechtigheid, begrafenis of crematie.
**2..** De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onderdeel a tot en met onderdeel f, is uitsluitend van toepassing in geval van spoedeisende hulpverlening.
**3..** De belastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, worden niet geheven van motoren, motoren met zijspan, trikes, quads of vergelijkbare motorvoertuigen zonder afsluitbaar bestuurder/bijrijdercompartiment.
**4..** De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, doch alleen voor zover het motorvoertuig geparkeerd wordt op een algemene gehandicaptenparkeerplaats die niet op kenteken is gesteld.
Artikel 5
Vrijstelling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013