Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities en begripsomschrijvingen

Onderdeel van Parkeerverordening Leeuwarden 2016

In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459. b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. c. ambulante medewerkers: medewerkers van een bedrijf of van een beroepsuitoefenaar die een motorvoertuig meerdere keren per dag moeten gebruiken ten behoeve van noodzakelijke werkzaamheden. d. bedrijf of uitgeoefend beroep: - een organisatie die volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel als bedrijf, stichting, vereniging, of beroep is ingeschreven. - elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht. - de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep. - een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college van burgemeester en wethouders is gelijkgesteld. e. bedrijven, meerdere op hetzelfde adres: bedrijven en uitgeoefende beroepen worden voor deze verordening beschouwd als één bedrijf of beroep, en derhalve als één aanvrager, indien zij op hetzelfde adres gevestigd zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. f. bedrijfsauto: een auto waarvan het kenteken is geregistreerd op naam van een bedrijf of op naam van een beroepsuitoefenaar en die voor minimaal de helft is ingericht voor het vervoer van gereedschap dan wel materialen. g. bedrijfsparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge artikel 3, lid 4, onder b of c juncto de artikelen 5 of 6 van deze verordening aan bedrijven kan worden verleend. h. bewoner: degene die daadwerkelijk en woonachtig is in de zones van de binnenstad of in Grou en Jirnsum dan wel het schilgebied, blijkens inschrijving in de basisregistratie personen. i. bewonersparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge artikel 3, lid 4, onder a juncto artikel 4 aan bewoners, niet zijnde recreanten kan worden verleend. j. bezoekersparkeerontheffing: een kraskaart (of digitale kraskaart) waarmee in het gebied van een parkeerschijfzone (blauwe zone) voor een (kalender)dag geparkeerd kan worden voor bewoners, die in het betreffende gebied wonen, ten behoeve van hun bezoek. k. binnenstad: het totaal van de zones 1 t/m 5 (volgens de zonekaart, zoals deze door het college is vastgesteld) en alleen voor zover er sprake is van vergunninghoudersplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen. l. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Leeuwarden een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen voor het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of andere communicatiemiddelen. m. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt: 1. degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven; of 2. degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of lease onder zich heeft; of 3. degene die een motorvoertuig als werknemer onder zich heeft. n. kraskaart: zie “bezoekersparkeerontheffing”. o. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990. p. ontheffinghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een parkeerontheffing is verleend. q. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computers voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. r. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur. s. parkeerplaats: plaats op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. t. parkeerplaats op eigen terrein: dit betreft een parkeerplaats (op een eigen terrein of in een garage): - waarover de aanvrager kan beschikken (op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving en dergelijke); of - op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, splitsingsakte, erfpachtvoorwaarden of de huur- of koopovereenkomst is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager. u. parkeerontheffing: een door burgemeester en wethouders verleende ontheffing op kenteken, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten de parkeervakken en/of in de blauwe zone zonder het gebruik van een parkeerschijf. v. parkeerschijfzone(s) ofwel blauwe zone(s): gebieden buiten de binnenstad waarin er sprake is van parkeerregulering middels parkeerschijven. w. parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning op kenteken, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen vergunninghoudersplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. x. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. y. schil (of schilgebied): zones 6, 7, 8, 9 en 10 en de parkeerschijfzones (blauwe zones) gelegen in het gebied rondom de binnenstad. z. stallingplaats: plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorvoertuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk. aa. vergunningenplafond: het door burgemeester en wethouders vast te stellen maximum aantal uit te geven parkeervergunningen per zone in de binnenstad en in het schilgebied. bb. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend. cc. vergunninghoudersplaats (belanghebbendenplaats): een parkeerplaats die: 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990; of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift “zone”, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd. dd. zelfstandige woning: woning – zoals geregistreerd volgens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) – die een eigen toegang heeft en die de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning. ee. zones: gebieden in de binnenstad met zonenummers 1 t/m 5 en in het schilgebied met zonenummers 6 t/m 10 volgens de zonekaart, zoals deze door het college is vastgesteld, waar met een verleende parkeervergunning op een vergunninghoudersplaats en/of op een parkeerapparatuurplaats mag worden geparkeerd. ff. zon- en feestdagen: Zondagen en verder Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag. AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, EN VERGUNNINGEN

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel