**1..** In deze verordening wordt verstaan onder
wet: de Wet werk en bijstand;
langdurig: een aaneengesloten periode van 36 maanden, met dien verstande dat de periode niet geacht wordt te zijn onderbroken, als de periode van onderbreking niet langer is dan in totaal drie maanden en een eventueel inkomen in deze periode niet meer bedraagt dan 130% van het wettelijk minimum loon per maand;
laag inkomen: een inkomen dat niet hoger is dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm.
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat;
uitzicht op inkomensverbetering: personen die een studie volgen met een inkomen uit de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).
**2..** Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.