**1..** De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm, indien deze gehuwden samen met een of meerdere andere personen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing indien in de woning geen anderen hun hoofdverblijf hebben dan thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
Verlagingen normen gehuwden
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand