**1..** De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3.2, eerste lid, indien:
**a..** De vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend of in procedure zijnd bestemmingsplan;
**b..** De exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3.3.4 gestelde eisen.
**2..** De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3.2, eerste lid, weigeren, indien naar zijn oordeel:
**a..** De woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
**b..** Een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
**c..** Het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2.3.3.3 onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;
**d..** Redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.5
Weigeringsgronden vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003