Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.19

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander: a.. anders dan kort aangelijnd nadat het college van burgemeester en wethouders aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; b.. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college van burgemeester en wethouders aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2.. In het eerste lid wordt verstaan onder: a.. muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve dieren; b.. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel