**1..** Het college van burgemeester en wethouders toetst de aanvraag voor een kapvergunning aan de hand van de criteria “waardering”, “overlast” en “overige dringende redenen”. Op basis van een afweging tussen deze criteria neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing op de aanvraag.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders kan met betrekking tot de in lid 1 genoemde criteria en de te maken afwegingen beleidsregels vaststellen.
**3..** De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
**a..** de natuurwaarde van de houtopstand;
**b..** de landschappelijke waarde van de houtopstand;
**c..** de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
**d..** de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
**e..** de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
**f..** de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4.5.3a
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003