Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De wijze van bepaling van de periodieke subsidie aan de werkgever

Onderdeel van Verordening begeleid werken Wet sociale werkvoorziening

1.. Het college stelt na een positieve beoordeling van het subsidieverzoek van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast. 2.. Voor de bepaling van een periodieke subsidie wordt de feitelijke omvang van het dienstverband gerelateerd aan de maximale omvang van het dienstverband. 3.. De grondslag van een periodieke subsidie is 75% van het wettelijk minimumloon, verhoogd met de werkgeverslasten Wsw. Vigerende afdrachtverminderingen worden in mindering gebracht. 4.. Een periodieke subsidie wordt gebaseerd op het uitkeringspercentage van de arbeidshandicapcategorie vermenigvuldigd met de relatieve omvang van het dienstverband en vermenigvuldigd met de grondslag van de subsidie. 5.. Het college kan besluiten om de hoogte van de periodieke subsidie vast te stellen op basis van een loonwaardemeting op de werkplek. Daarbij kan een extern deskundige worden ingeschakeld. 6.. De hoogte van een periodieke subsidie, die vastgesteld is door een loonwaardemeting, is gelijk aan het bedrag dat de uitkomst is van de vermenigvuldiging van de hoogte van het gemeten arbeidsdefect (verminderde loonwaarde) met het (CAO-) loon van een werknemer met een identiek takenpakket bij de werkgever per ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel