**1..** Met inachtneming van de in deze regeling vermelde definities,
voorwaarden en beperkingen stelt het college de subsidiabele kosten
als bedoeld in artikel 1, lid 8 vast onder toepassing van de
“Leidraad BRIM Subsidiabele Instandhoudingskosten, (hoofdstuk 1;
paragrafen 00, 01, 05, 10, 14, 20, 21, 22, 24, 25, 30, 33, 34, 35,
36, 46, 50, 51, 52, 60)” van de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed.
**2..** Wanneer werkzaamheden worden verricht door de eigenaar – anders dan
in de uitoefening van zijn bedrijf – al dan niet met behulp van
anderen, zonder dat er bij de hulp sprake is van uitoefening van een
bedrijf - zijn (vervangende) “loonkosten” niet subsidiabel.
**3..** Van de subsidiabele kosten worden afgetrokken die kosten, die op
grond van een verzekering worden gedekt, alsmede de kosten die via
een andere regeling zijn of kunnen worden gefinancierd.
**4..** De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
**5..** De maximaal te verstrekken subsidie per monument is €
500.000,--