Voor de berekening van de tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 1, kom(t)en alleen in aanmerking:
een wekelijks lesuur godsdienst- of vormingsonderwijs gegeven aan leerlingen van de groepen vijf tot en met acht;
de lessen, die door tenminste 15 leerlingen voortkomende uit één of meer van de groepen vijf tot en met acht worden gevolgd;
de lessen, gegeven aan leerlingen van wie de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk te kennen hebben gegeven het op prijs te stellen dat hun kind godsdienst- of vormingsonderwijs ontvangt.
Artikel 6.
Berekening tegemoetkoming
Onderdeel van Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs in de gemeente Zeewolde