De leden van de commissie hebben op grond van artikel 61c
Gemeentewet volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen
direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter
kennis is gekomen.
De geheimhoudingsplicht geldt ook ten opzichte van
raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de
commissie zijn geweest.
Deze geheimhoudingplicht geldt zowel tijdens het bestaan van
de commissie als na ontbinding van de commissie.
Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige
toepassing op diegene die met de ambtelijke bijstand van de
commissie is belast en de adviseur van de commissie.
De geheimhouding brengt met zich mee dat door de commissie,
anders dan door tussenkomst van de commissaris, geen
inlichtingen -schriftelijk of mondeling- kunnen worden
ingewonnen over de kandidaten en dat overleg met derden is
uitgesloten.